Kijk, als je een boek schrijft, dan is het natuurlijk wel belangrijk om foutloos te schrijven. Alleen, dat is niet makkelijk. Eh, gemakkelijk. Een mooi voorbeeld, spreektaal is geen schrijftaal. Toch gebeurt dat vaak in een tekst, dat er staat hoe je praat. Dat kan vervelend zijn. Zo is mijn grootste valkuil het schrijven van ‘ik wordt’ of ‘ik hebt’. Nog steeds behept met een Rotterdams dialect, ik ben er niet voor niets opgegroeid. Het is fijn dat er altijd mensen meelezen en je op dat soort domme foutjes wijzen. Want zelf zie ik echt niet dat ik het verkeerd doe(t). Verder is het natuurlijk alleen maar prettig als jouw tekst leest alsof het ‘spreektaal’ is. Meestal zijn dat vlotte, korte zinnen zonder moeilijke woorden. Begrijpelijke teksten dus.

Gelukkig zijn er allerlei manieren om fouten te voorkomen. Natuurlijk helpt MS-word je al goed op weg. Maar de spelcontrole let niet overal op. Niet op zinsbouw of consequent gebruik van de tijd. Dus wat je ook doet, altijd goed nakijken!

Als ik een tekst heb geschreven, leg ik hem altijd even weg. Of ik print de tekst uit in een duidelijke, grote letter. Als ik dan alles nog eens doorlees, is er al wat afstand gecreëerd met mijn eigen woorden. Dan is het iets gemakkelijker om te corrigeren en te strepen. Wat ook heel goed helpt, is de tekst hardop voorlezen. Als het niet lekker vlot leest, dan kloppen de zinnen niet!

Bij twijfel kun je overal de juiste spelling proberen te achterhalen. Mijn favoriet is Het Genootschap Onze Taal. Laatst nog het meervoud van het woord schaapskudde gezocht. En ja hoor, zowel schaapskuddes als schaapskudden mag. Allen wel graag kiezen voor één van de twee in de tekst die je schrijft. Anders is het wel erg slordig. Als je twijfelt welke van de twee, kun je het als zoekwoord op google gebruiken. Schaapskudden heeft ruim 170.000 hits, en schaapskuddes slechts 97.000. Toch kies ik voor schaapskuddes. Klinkt mooier volgens mijn vriendin, de redactrice.

De beste leerschool is doen. Dus gewoon schrijven en nakijken. Of elke morgen even meedoen met ‘Beter spellen‘. Elke dag vier vragen om na te denken over de Nederlandse spelling. En natuurlijk met heel veel uitleg waarom iets zo geschreven wordt. Ik heb best een goede opleiding genoten en in mijn leven veel foutloos Nederlandse moeten schrijven. Toch leer ik nog regelmatig iets bij. Bijvoorbeeld over de tussen-n. Door de wijzigingen in de afgelopen jaren ben ik echt even kwijt of het pannenkoek of pannekoek is. En wat blijkt? De meningen over de tussen-n van panne(n)koek en koste(n)loos zijn verdeeld. Het Witte Boekje (een alternatief naast de officiële spelling van het Groene Boekje) laat de schrijver meer vrij in z’n keuze. Zo gemakkelijk kan het zijn.

PS: Ben jij onzeker over je tekst? Hulp nodig? Kom maar op. Ik lees graag mee.

No words
No words