Groen, groener, groenst

Dit is een artikel uit het NRC over wol….

Schaapje, schaapje, heb je groene wol?Wol In moderne wolwinkels draait het allemaal om het ecologische schaap. „Iedereen wil opeens natuurlijk geverfde wol van Roemeense schapen.”

Elsje Jorritsma 28 november 2015
Breien met schapenwol is minder gewoon dan niet-breiers zouden denkenFoto iStock

‘Voor mij is het schaap een soort opperwezen. Ze zien er leuk uit en ze geven melk, vlees, en natuurlijk wol. En ze maken lammetjes: hallo-o!” Dat zegt Saskia de Feijter, die in Rotterdam een grote, goedlopende en – inderdaad – hippe breiwinkel heeft: Ja, Wol. Zo’n winkel met houten vloeren, verse koffie en scones. En langs de wanden, in manden op de vloer, aan hangers langs het raam en over de railing: wol. Pluizige bolletjes, veerkrachtige vettige strengen, zachte tressen – en in alle kleuren. Want breien, dat doe je met wol. Desnoods nog met katoen of bamboe, maar niet met acryl. „Breien met acryl is alsof je zit te breien met koude voeten. Niet fijn, en waarom zou je?”
Breien met wol is minder gewoon dan niet-breiers zouden denken. De winkel van De Feijter is er een van een handjevol wol-toegewijde winkels die de laatste pakweg tien jaar in Nederland zijn ontstaan, net als het Amsterdamse Stephen and Penelope of het Haarlemse Wol!. Toen De Feijter op haar dertigste haar oude liefde breien weer oppakte, begon zij ook met kunststof, of op zijn best een mengsel van wol en acryl. Dat is wat de klassieke brei- en fourniturenwinkels verkopen, en de bollen in modekleuren die bij de Hema en de Zeeman liggen zijn ook altijd 100 procent kunststof. Natuurlijk was er ook toen wel pure wol te vinden, maar niet veel en je moest erg goed zoeken, zegt De Feijter. „En die winkels hadden een enigszins… vergrijsde uitstraling.”
Ook Malia Mather, medeoprichter van Stephen and Penelope vond, toen ze in 2008 naar Nederland kwam, niet wat ze in de VS gewend was, zegt medewerker Roswitha de Joode. In haar voormalige woonplaats Denver had je als gevolg van een krachtige handmade movement meerdere ‘moderne’ wolwinkels: winkels die alleen natuurlijke vezels verkopen van kleine lokale producenten, geïmporteerde fair trade garens en ‘ecologische’ wol. Ze besloot dat ook in Nederland op te zetten, eerst online, en later met een winkel.
„Het past in de tijdgeest”, zegt De Joode. „Mensen willen weten waar hun producten vandaan komen en niet zo’n grote footprint achterlaten.” En een trui waar uren werk en aandacht inzit, zal je niet zo snel wegdoen omdat de mode een ander kleurpalet voorschrijft.
IJslandse schapen

Wat er zo fijn is aan wol? Waar moet ik beginnen, verzucht De Feijter. Het gevoel aan je handen, dat het bij het breien niet piept en kraakt maar lekker glijdt. Wol is elastisch, warm, en het ademt – wol kan tot 30 procent van zijn eigen gewicht in vocht opnemen, en dan is het nog steeds warm. Wol is ook mooier. „En als je zolang bezig bent met iets, wil je ook dat het mooi wordt.”
Waarom niet alle breiers wol gebruiken, en de reden dat veel klassieke breiwinkels meer kunstvezels verkopen, is kort gezegd: kosten en gemak. Acryl is goedkoop, kriebelt vaak niet, en kan gewoon in de wasmachine. Ook kan je heel felle kleuren gebruiken. „Met wol moet je iets beter nadenken over hoe je het moet gebruiken”, zegt De Joode.
En dan hebben we het toch weer over het schaap. Neem IJslandse schapen. Die moeten zeer koud en ruig weer kunnen doorstaan. Hun vacht heeft aan de buitenkant harde en vettige haren – die waterafstotend zijn – maar daaronder hebben ze juist heel fijne, warme haartjes. De combinatie levert een draad op die sterk, licht en warm is, maar ook relatief kriebelig. Die is dus voor de doorsnee woldrager meer geschikt voor een vest waar een T-shirt onder gaat dan voor een shawl die om de nek moet. Wil je een twijfelaar voorgoed van wol afhelpen, brei dan een strak mutsje voor hem van IJslandse wol.
De Feijter pakt er een streng Dovestone bij, het nieuwe garen van de kleine Noord-Engelse fabrikant Baa Ram Ewe – in de naam zit al veel schaap. Het is een mengsel van wol van de Blueface Leicester, het Wensleydale schaap en de Masham. „De Leicester is voor de glans en de zachtheid, en de andere twee hebben heel kleine pijpenkrulletjes. Dat zorgt dat de wol mooi valt.”
Een van de leukste dingen van haar vak vindt De Feijter lesgeven en adviseren welke wol klanten moeten gebruiken voor welk product. „Je hebt hele verschillende tribes die breien. Artisanale breiers die traditionele kleding maken, mensen die mode willen nabreien, en echte fashionistas voor wie breien een techniek is om zelf mode te maken.” Die hebben allemaal hun eigen wensen, en De Feijter moet voor allemaal iets in huis hebben. „Ook in wol heb je hypes, gek genoeg. Nu wil iedereen opeens natuurlijk geverfde Roemeense wol van Moeke Yarns. Dat voelt vrij ruig aan, het lijkt op Texelse wol. Gelukkig heb ik dat al sinds vorig jaar in huis.”
Onverdoofde merinolammetje

Het is voor dit soort winkels belangrijk dat ze hun leveranciers kennen, zeggen De Joode en De Feijter. De laatste zegt dat ze wil dat haar leveranciers „eerlijk” werken: dat ze hun wolboeren behoorlijk betalen, dat de productiemethode zo groen mogelijk is, en dat de schapen goed worden behandeld. Niet zoals in de massale wolindustrie van Australië, waar bij Merinolammetjes onverdoofd lappen huid van hun billen worden weggesneden om daar gladde, haarloze huid te creëren – en zo de kans op infectie door vliegen die op urine en poep in de vacht afkomen te verkleinen.
Het draait allemaal, kortom, om het schaap, zegt De Feijter. „Overigens vindt de schapenboer die tegenover mij woont, schapen ondieren. Koppig en dom, en ze lopen steeds weg.”

Advertenties

Reageer!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s