Op een regenachtige dinsdagmiddag kwam het voorwiel van mijn fiets tot stilstand tegen een auto. De auto was er ineens. De straat heel smal. Ik kon geen kant op en wist echt niet wat te doen. Als ik mijn ogen dicht doe, zie ik geen overgang tussen het moment dat de auto mijn voorwiel raakte en het moment dat mijn neus de straatstenen raakte.

Topzwaar

Echt waar. Ik landde op mijn neus. Ik vloog over het stuur op de grond. Ik wist niet wat er mis was, behalve dat ik overal bloed zag. De chauffeur was natuurlijk net zo hard geschrokken als ik. Alleen hij was nog heel. En zijn auto ook. Mijn gezicht en mijn voorwiel lagen in de kreukels.

Even later zat ik bij de huisarts. Ik mocht direct doorlopen en hij stelde me snel gerust. Uw neus staat recht, hij is niet gebroken. O. Van nature staat hij wat scheef… ik hoopte dat het nog net zo was. De dokter heeft alle pijnlijke plekken bekeken. Nu mijn angst over mijn neus wegviel, voelde ik alle andere blessures: mijn knieën, mijn bovenbeen (stond een afdruk van een handvat in), mijn ellebogen, mijn hand, mijn nek. Het bloed kwam uit mijn mond: tand door mijn lip. Toch viel het eigenlijk allemaal reuze mee. Wel een super vervelende wond aan mijn neus. Overal blauwe plekken. En een kapotte bril. Maar gelukkig niets gebroken.

Toverbal

Zo. Dat was allemaal een week geleden. De blauwe plekken beginnen te vervagen en krijgen de mooiste kleuren. Mijn neus is nog steeds stuk. De klap is gedempt. Maar mijn hoofd is nog steeds een beetje chaos. Een lichte hersenschudding? Tegenwoordig hoef je gelukkig niet in een donkere kamer veertien dagen plat. Maar veel meer dan bivakkeren op de bank zit er helaas nog even niet in.

Wel heerlijk dat iedereen zo meeleeft. Gezellig een kopje koffie komt drinken. Of aanbiedt op een andere manier te helpen. En natuurlijk kriebelt het. Ik wil aan het werk. Schilderen, vilten. Les geven op de Witte Schuur. Dat komt allemaal wel weer op gang, maar voorlopig alleen nog even liggend.

 

Advertenties