Helemaal gelukkig. Dat word je als je aan de slag gaat met schapenwol. Ok, misschien niet iedereen. Je moet wel een beetje kunnen genieten van schapenlucht, natte handen en echt werken.

Ik word er zeker gelukkig van. Omdat het bijzonder is dat je zelf zo iets ongelofelijks comfortabel als een wollen vacht helemaal zelf kunt maken van een beetje wol.

Hieronder beschrijf ik in een paar stappen hoe vilten werkt. Als je echt wilt weten hoe het gaat, kom dan een keer langs. Ik leer het je graag.

Vilten begint met een ruwe vacht. Eh???? Ruw betekent ‘onbewerkt’. Je scheert een schaap. De wollen jas van het schaap noem je een ruwe vacht. Met een beetje geluk is het een mooi aaneengesloten wollen jas met niet te veel stro, zand of strond.

Deze ruwe vacht leg je op een lap van kaardvlies. Kaardvlies is bewerkte wol: de wol is gewassen en gekaard. Kaarden is een soort kammen maar dan anders – denk aan de kaardebol – de kammetjes zijn een soort weerhaakjes waarmee je de wolvezels los van elkaar trekt. De wollige vezels vormen samen een luchtige laag: het kaardvlies.

Een wollen kleed krijg je door de vacht met ruwe lokken te verbinden met het kaardvlies door te vilten. Vilten zorgt ervoor dat de wollen vezels zich aan elkaar verbinden. Dat lukt het beste door warm water, zeep en heel veel rollen.

Het vraagt wel enige ervaring om een mooie vacht te maken. Ervaring om het proces goed te sturen, maar ook om de juiste wol en kaardvlies te kiezen. Wil je ook zo’n heerlijke, comfortabele vacht? Maak hem zelf of bestel hem. Ik maak hem graag voor je.

Via de site vind je meer informatie over wol en workshops.

Advertenties