De hele dag houden we het nest van de tortelduifjes in het vilten hoedje in de gaten. Het is wel droog, maar niet hoog. Onze hond kan er met weinig moeite bij.

Wel heerlijk dat moeders het nest heeft gevonden en haar jongen te eten geeft.

Hogerop

We besluiten het nest weer in de boom te plaatsen. Geen hond en geen kat kan er dan meer bij. Alleen hoe? Met een plantenmandje en wat tyrips komt het goed.

Natuurlijk hebben we wel even een foto gemaakt van de twee lelijkerds. Een dikke en een dunne. De kleinste is het levendigst. Maar ook de grote kijkt met donkere kraaloogjes naar ons. Zoals ik al eerder schreef – totaal niet bang.

Al snel horen we moeder duif weer langs vliegen.

Regenachtige nacht

Inmiddels begrijpen we wel waarom de nesten van duiven niet veel meer zijn dan een bundel takjes. Poep valt er zo doorheen. En als het regent, het water ook.

Ons van vilt geknutselde nest houdt lekker alle viezigheid vast en mogelijk ook heel veel van het regenwater dat vannacht op ze neer kwam. Zo jammer dat moeders er niet gewoon bovenop gaat zitten. We maken ons zorgen om de beestjes. Maar veel kunnen we niet doen.

Nieuwsgierig

Overdag hebben we weinig tijd. Pas aan het eind van de dag zetten we de ladder bij het nest om te kijken hoe het met ze gaat. Een wonder. Er zit nog leven in. De grootste heeft het gered en kijkt ons stralend aan. De kleinste ligt ontzield onderin. Die heeft het onderspit gedolven.

Een dag verder, een duifje minder. We zijn benieuwd hoe het verder gaat. Vooral als het duifje uitvliegt. Hoe ver kan het de eerste keer vliegen? Hopelijk ver genoeg om onze tuin te ontvluchten.

Want daar zullen ze zeer hartelijk ontvangen worden door onze Olijf. Die kan in haar enthousiasme maar één ding: hap.

Olijf op wacht. Ze kijkt naar het nest.